Barbier
Pagina 1 van 2
Beginnen we eens met de eenvoudigste bediening: "het scheren". Voor 1900 gold ook in de grote steden een tarief in de gewone zaken van drie cent per keer, vijf cent voor tweemaal per week. Na dien heeft men het gebracht op vijf cent per keer. De zaken waren in die tijd zeer primitief ingericht. Vloer met zand of gewoon geboend. Houten spuwbakje in 'n hoekje, voor de pruimers. Een paar houten banken aan de wanden, twee scheerstoelen, 'n wit porselein fonteintje ('n soort bak met koper kraantje) voor 't water in de scheerbekkens.
Met de hand inzepen, eenmaal scheren, en dan zocht de klant naar een schoon plekje op de handdoek, waarvan aan koperen knopjes naast de spiegel een paar voor algemeen gebruik hingen. Was de handdoek om de hals nat van 't daarin lopende schuim, dan werd de droge kant weer ingestopt, net zolang tot alle vier de kanten nat waren.
Want alle klanten kregen de zelfde doek voor, die, wanneer de klant geschoren was, met een rukje werd weggenomen en "Asjeblieft meester," dan moest de klant zoeken naar de handdoek bij de spiegel. Van een waskom was geen sprake. Bij enkele prijkte een wastafel met een waskom met lampetkan. Water was er wel in, maar geen 5 ct. klant zou 't wagen om er gebruik van te maken.
Die weelde was alleen en dan nog niet eens van harte, toegestaan aan de enkele "heer" die 'n dubbeltje offerde. Zo'n heer werd wel met bijzondere zorg geschoren, maar van tweemaal inzepen was maar zelden spraken. Poeder of Vinaigre dat waren helemaal onbekende zaken, hoogstens een stukje cosmetique voor de snor of de scheiding.
Koperen bekkens buiten aan 't uitsteekijzer, vol deuken, omdat de straatjongens zo'n bekken nooit zonder aanraken met stok of steen konden passeren. Het afgeschoren baardhaar, vermengd met het scheerschuim, werd afgeveegd op een lap, die net zolang van de ene schouder naar de andere verhuisde tot ze vol was en in een oude emmer of bak werd gegooid.
's Maandags moest dan de leerling of bediende die lappen uitspoelen en te drogen hangen. 'n Bijzonder prettig werkje. Van scheerpapiertjes was geen sprake, evenmin van een papier op de kap van de scheerstoel. De leerling of bediende sprak zijn patroon altijd aan met "Meester." De haardracht was polka met uitgeschoren nek.
Soms werd de afhangende haarrand even omgebold en hij die bijzonder coquet was, schuurde z'n nek met 'n handje zand na, opdat ie goed rood zou zien. Het inzepen van de nek gebeurde met 'n schilderskwastje, waarvan de lange steel wat was ingekort. Later kwamen de half korte modellen. Achter kort op de kam knippen, met voor een scheidingsfragment en kuifje.
Weer iets later kwam 't aflopend model, wat menig patroon hoofdbreken bezorgde. De grenzen in de hals werden schuin bijgeschoren. In de zaken met Joodse cliëntèle werden bij kinderen en ook bij grotere de voorhoofdshoeken ingeschoren. 't Recept was dan : "Pony met hoekjes" of "kaal met hoekjes."
Het tarief voor 't knippen was lange tijd 5 ct., later kwam 't op een dubbeltje. De wijze van het knippen was ook even anders. Bij een "meester" in de knipkunst, kon men, bij zomerdag, wanneer de winkeldeur openstond, huizenver 't klapperen van de grote schaar horen; 't waren geweldige instrumenten.
De scheermessen waren aanvankelijk dikke Ankermessen, destijds een beroemd merk. Later kwamen de holle messen en te Amsterdam woonde in de Fokke Simonszstraat een oude Duitse slijper, die de dikke messen voor 60 ct. Hol sleep. Ook wel gingen de dikke messen naar Hamburg om daar te worden uitgehold.
Scheerkwasten kwamen het eerst in de betere zaken. De patroons in de arbeiders en burgerzaken hadden een afschuw tegen kwasten; zij vonden ze vies en bovendien, er kon niet goed mee ingezeept worden, want je kon er niet flink op drukken. Inzepen met de hand, dat was je ware.
Ooo... die verrukkelijke tijd als inzeper. Wrijven, maar niet morsen, niet in de mond of de neusgaten, en kwam 't schuim over de lippen, dan even met de duimnagel afgeveegd. 's Zaterdags van 's morgens half zeven tot 's nachts half twee, soms twee uur, en de hele dag van de ene stoel naar de andere. Maar weer schuim kloppen, maar weer wrijven met de op 't laatst uitgebeten handen.


