Vakgenoten

Meester zuinig

Gedichtje wat mijn vader in zijn jongensjaren heeft gemaakt.
Diderica van Thes, Leeuwarden.

Meester Zuinig,tuk op centen Ging naar stad voor zijn plezier. Liet zich scheren en ook knippen Bij een fijne stadsbarbier.

Maar toen’t aankwam op betalen Was het meester veel te duur. ‘ Wat!’, riep meester krenterig: ‘Vijftig cent voor een half uur!’

En hij betaalde toen de scheerbaas met een kwartje, welgeteld. En de man, heel wars van drukte, nam toen korzelig het geld,

Sprak: ‘ wacht maar, binnen een week of zes Heb ik u weder onder schaar en mes.’

Nauwelijks was een maand verdwenen Of daar verscheen de meester weer. ‘Ja Barbier, ik heb woord gehouden, scheer en knip mij nog een keer.’

En de man was heel volkomen en nam vlug zijn arbeid waar, Scheerde meester Zuinig ijverig, aan deez’ ene kant van’t haar.

‘Maar kapper, wat is er met u aan de hand? Wat moet er met de and’re kant?’

‘Meester, laatst waart gij mij met een kwartje een strop, Nu geef ik u als kwitantie, een half geknipte kop.

D.W. Hengst 1921-1971 Geschreven in de 30-er jaren.