Vakgenoten

Kwakzalver

Quacksalvers

Ondanks alle voorschriften vierde - net als nu - de kwakzalverij hoogtij. Steeds weer klaagt het gilde over de schade, aangedaan door dese en geene beunhasen off ongequalificeerde loerendrayers.
Daarom bepaalt de magistraat dat kwakzalvers alleen 's Zaterdags hun zalf, olie of poeder zullen mogen verkopen, en dan nog alleen met uitdrukkelijke toestemming en onder toezicht van de stadsgeneesheer. Hoge boeten werden op de overtreding gesteld, maar alles tevergeefs.

Zo vinden we een hele reeks klachten daterende uit 't jaar 1641. In die tijd trad, vooral op de kermissen, de kwakzalver Johan Potage op, die zijn verschijning altijd aankondigde door de fraaie spreuk:

"Allons messieurs! Sa, sa, courage!
Hier is de fraaie Jean Portage."
De magistraat had hem waarschijnlijk wel tegen vergoeding in klinkende munt, gemachtigd op te treden, en zulks was voor het chirurgijnsgilde aanleiding, tot het gemeentebestuur een request te richten, in hoofdzaak het volgende behelsde:

 

Aan een Eerbaar ende welwijse
magistraet deeser Stadt.

Mijn Heeren,

Aengesien alhier door approbatie van U.E. enen Johan Pottage is gepermitteert openbaer te spelen, end daer nae sijne salven te vercopen (blijkbaar hield de kwakzalver dus eerst een of andere voordracht of voorstelling), hij alsoo veele penningen voor eerst is treckende van den toeloop(soo alletijts door de nieusgiericheijdt end volgens het oude spreeckwoort mundus vult decipi 1) gecauseert wort);

Ende alsoo het chirurgicale gilde alhier voorhebbens is eenige instrumenta chirurgicalia, van geen cleijnen prijse, tot communiteijt van 't gilde vernoemt, ende tot welvaeren der ingesetene deeser stede te laeten maecken, so versoecken wij dat van nu voortaen geen quacksalvers sullen mogen optreden voor ende aleer sij ijetwes tot subsidie des gildes hebben gecontribueert.

Op deze wijze werd wel echt van de nood een deugd gemaakt. Het verzoek werd toegestaan, geld van de betrokkenen los te krijgen bleek echter veelal geen eenvoudige zaak.

Een nog ernstiger concurrent,  en dit te meer omdat hij meestal veel bekwamer was dan de leden van het gilde, was de scherprechter. Uit hoofde van zijn beroep bezat hij bijzonder veel anatomische kennis terwijl hij ook een ideale gelegenheid had om de ontleedkunde te beoefenen. Bovendien was hij een door ieder geminacht persoon, wat op de hoogte van zijn tarieven beslist een drukkende invloed moet hebben uitgeoefend.

Ten slotte was hij nagenoeg onmisbaar voor het stadsbestuur, dat dus in het algemeen ongeneigd was, strenge maatregelen tegen hem te nemen. Vandaar ook dat hij ondanks alle protesten rustig met zijn werk, voornamelijk het zetten van breuken, voort ging.

1) de wereld wil bedrogen worden.