Vakgenoten

Beschermheiligen

St. Cosmas & St. Damianus Beschermheiligen van het chirurgijnsgilde.

Omstreeks het jaar 300 moeten te Aegea (Cilicië) onder de regering van keizer Diocletianus de gebroeders Cosmas en Damianus zijn onthoofd, omdat zij weigerde te offeren aan de godenen omdat zei heidenen hadden bekeerd tot het christendom. Volgens de legende waren zij afkomstig van christelijke ouders uit Arabië, hadden in Syrië medicijnen gestudeerd en oefende het beroep van geneesheer kostenloos uit.

De belangloze toeweiding aan hun beroep en het verrassende succes van hun behandelingen bij mens en dier verschaften hun heide en ver de naam van wonderdoeners. Bij de christenvervolging onder Diocletianus (282-305) liet de gouveneur van Cilicië, Lysias, hen folteren en daarbij vonden de wonderen plaats, die sedert eeuwen met de namen Cosmas en Damianus zijn verbonden.

Men kruisigde de gebroeders en schoot pijlen op hun af - de pijlen sprongen terug op de beulen; daarop wierp men hen met stenen - ook deze vlogen terug naar de dienaren des gerechts; men boeide hen in kettingen en wierp ze in de zee - maar de golven verbraken de ketens en de gebroeders konden zich redden; men bracht hun op een brandstapel - maar de wind blies de vlammen uit; ten slotte heeft men ze onthoofd. Hun lichamen werden eerst naar Cyrus in Syrië gebracht, daarna naar Azië en vandaar naar Europa (Istanboel).